Loting op Stedelijk Gymnasium te Haarlem
Het gymnasium in Haarlem heeft moeten loten omdat er te veel aanmeldingen waren voor het schooljaar 2007/2008. Volgens de Volkskrant (10 mei 2008) willen de ouders van negen uitgelote kinderen naar de rechter stappen om alsnog een plek op te eisen voor hun oogappels. De procedure van loting was al op een heel prominente plek op de website van het Stedelijk geplaatst; zij voorzagen kennelijk al de bui hangen. Het is duidelijk dat de ouders daarom niet kunnen zeggen dat ze niet gewaarschuwd waren. Toch willen ze een rechtzaak voeren tegen het gymnasium met het argument dat loting een niet toegestaan middel is om een dergelijke selectie te maken. Deze rechtzaak zou weleens kunnen leiden tot belangrijke jurisprudentie. De Onderwijsstichting zelfstandige gymnasia (OSZG), waar het Stedelijk Gymnasium te Haarlem deel van uitmaakt, zal zeker hechten aan een uitspraak waarbij de belangen van het (gymnasiaal) onderwijs worden behartigd.
Vanouds kenmerkt het (categoraal) gymnasiaal onderwijs zich met scholen van beperkte omvang en veel aandacht voor de individuele leerling waarbij het leerproces centraal staat en pas in tweede instantie opvoedkundige zaken. Veel gymnasia hebben het hele proces van tweede fase en studiehuis een geheel eigen invulling gegeven en hebben het ouderwets leren nooit uit het oog verloren. Gymnasia zijn vaak eigenwijs geweest en hebben een afwachtende houding aangenomen ten opzichte van al het beleid vanuit Den Haag.
In feite wordt deze rechtzaak niet tegen het Stedelijk Gymnasium in Haarlem gevoerd maar tegen de onderwijsveranderingen van de laatste 10 jaar. Ouders willen niet meer hun kinderen sturen naar conglomeraten van scholen waarbij zij de problemen op elkaar gestapeld zien, van gebrek aan goede docenten tot uitgeklede examenprogramma’s, waar individuele leerlingen verloren gaan in de massa en probleemleerlingen alle aandacht naar zich toetrekken. Persoonlijk zou ik mijn eigen kinderen ook heel graag zien op een klein categoraal gymnasium dan bijvoorbeeld op een gymnasiumafdeling van een scholengemeenschap. Maar ik vind het wel wat gortig om zover te gaan dat de schoolleiding van een school middels een rechtzaak gedwongen wordt om de uitgelote oogappels alsnog toe te laten.
Het is van groot belang dat scholen het recht behouden om klein te blijven. Het proces gevoerd door deze ouders is paradoxaal omdat zij naar de rechter stappen met argumenten die lijnrecht tegenover de redenen staan waarom zij hun kinderen naar een categoraal gymnasium willen sturen. Het gymnasiaal onderwijs moet toegankelijk zijn voor iedereen (met gelijk advies en citoscore) stellen zij en loten is dus niet legitiem, terwijl zij juist hun kinderen op deze schoolsoort willen omdat ze graag hun kroost niet gemengd zien met slechte invloeden uit andere citoscoregroepen, zoals op scholengemeenschappen het geval is. Gelijke kansen maar wel voor ons soort mensen.
Dit is dus een duidelijk signaal dat de conglomeraten van scholen weer gedecentraliseerd moeten worden of gedefuseerd zoals Agnes Kant van de SP stelt in haar bijdrage aan deze VO_magazine. Dit zal zeker niet gemakkelijk gaan omdat de bestuurders van deze conglomeraten salaris ontvangen die recht evenredig is met de grootte van de organisatie die zij moeten besturen. Zij willen dus helemaal niet defuseren.
Het succes van de categorale gymnasia zou mijn inziens herhaald kunnen worden door categorale vmbo-, havo- en vwo-scholen op te richten of af te splitsen. De concurentie van dergelijke scholen met scholengemeenschappen zouden de conglomeraten dwingen om kleinschaliger en persoonlijker te worden. Deze scholen mogen dan natuurlijk niet ondergaan aan hun eigen succes. Een goede categorale havo-school van maximaal 500 a 600 leerlingen heeft heel veel aantrekkingskracht op ouders met leerlingen met advies havo of havo/vmbo.
Politiek Den Haag zou er in ieder geval verstandig aandoen om het beleid dusdanig aan te passen dat er weer kleine veilige scholen ontstaan waar ouders hun kinderen graag op school zien. Een interessant experiment zou zijn als er in een van de grote stede een kleine zelfstandige Havo- of Havo/Vwo-school zou worden opgezet zonder banden met de grote onpersoonlijke onderwijsorganisaties. Ik zou er in ieder geval voor pleiten.
gr E.